priemende ogen

Acht richtlijnen wanneer je bang bent elkaar te kwetsen

Acht richtlijnen wanneer je bang bent elkaar te kwetsen

Praktische handvatten in een relatie met een partner met autisme

‘Mijn vrouw doet echt haar best hoor, maar het lijkt niet uit haar hart te komen.’
Ik kijk hem vragend aan.

‘Ik geloof wel dat ze het echt probeert, maar het voelt niet echt.’
En? Wat betekent dat voor jou? vraag ik voorzichting.

‘Dat dit is wat zij kan bieden en dat ik er niks mee kan.’
Ik kan het niet nalaten te vragen: Hoe is dat voor haar denk je?

Het blijft even stil. Ik denk te zien dat hij twijfelt of het weer over haar moet gaan. Hij kwam toch voor zichzelf. Dan zegt hij: ‘Frustrerend vermoed ik. Ze kan het nooit goed doen. En daar voel ik me dan weer schuldig over.’

Precies, zei ik. En dat maakt dat jullie beiden gevangen zitten in de liefde voor elkaar.
Bang om elkaar te kwetsen.

Wat kun je doen? Acht richtlijnen in een relatie waar ass een rol speelt:
  1. Praat over je gevoel. Zeg precies wat je voelt. Gevoelens gaan over jou. Straight. ‘Ik voel me…’ is echt wat anders dan ‘Jij geeft me het gevoel dat…’ Die laatste heeft altijd, maar dan ook altijd het doel om de schuld van jouw gevoel bij de ander neer te leggen. Laat dit goed tot je doordringen: ‘Het is nooit mijn schuld hoe een ander zich voelt. Ik kan hoogstens iets hebben aangeraakt wat er allang zat.’ En dit geldt dus ook voor je partner.
  2. Blijf ten alle tijden nieuwsgierig. Observeer. Luister naar jezelf en de ander. Wees je er bewust van dat je altijd een bepaalde betekenis geeft aan de woorden van een ander.  Een ‘ik heb geen tijd’ kan zomaar verstaan worden als ‘hij geeft geen barst om me’. Maar vraag je ook eens eerlijk af of deze betekenis honderd procent waar is.
  3. Vraag door en vul niks in. Je kunt nooit weten wat er in een ander omgaat of hoe iemand iets beleeft. Ook al denk je soms van wel. Laat je oordeel los of vraag na of het klopt wat je denkt. ‘Hij kijkt me niet eens aan als ik hem wat vraag, zo onbeleefd.’ Kun je nog een andere reden bedenken waarom hij je niet aankijkt als je hem wat vraagt? Misschien wordt hij wel bloednerveus van je priemende ogen. Je weet het niet. Welke betekenis geef jij aan de blik op de foto bij deze blog?
  4. Vraag je af waar je bang voor bent. Ben je bang dat je een ander kwetst? En als dat waar zou zijn, waar ben je dan bang voor? Graaf eens wat dieper in jezelf; wat is het ergste wat er kan gebeuren? En kun je zeker weten dat dit gebeurt? Als je hier serieus naar durft te kijken zal dit ruimte geven. Onthoud dit: de oorsprong voor dat waar we bang voor zijn ligt meestal in onze kindertijd (dit ontkennen mag natuurlijk, maar stel eens dat het waar is?). Dat wat je nu meemaakt zal nooit hetzelfde zijn als toen. Je bent nu volwassen, niet meer afhankelijk van anderen en tot veel meer in staat.
  5. Bedenk dat iedereen altijd ‘zijn stinkende best doet’, ook al lijkt het alsof daar geen sprake van is. Soms lijkt het alsof onze partners alleen maar tegen ons zijn. Bedenk dan dat iedereen ook bezig is zijn eigen pijn te voorkomen (jij ook). Haal adem en luister achter de woorden. De roep van een behoefte (ook die van jezelf) kan dan zomaar helder worden.
  6. Wees je bewust van je eigen emoties. Vliegen deze de pan uit dan is het beter om even afstand van elkaar te nemen en je eerst op jezelf te richten. (Harder schreeuwen betekent niet dat je beter gehoord wordt. Je krijgt in het beste geval te horen van je partner dat hij/zij niet doof is.) Vraag je af wat het precies is waardoor je zo geraakt bent. Focus op jezelf en blijf niet hangen in wat je partner fout doet. Geloof me: dit heeft me jaren gekost omdat ik niet wist wat ik anders kon doen.
  7. Geef eens aandacht aan dit cliché: hou van jezelf. Pas dan kun je echt van de ander houden. Wees je bewust van je eigen intenties. Je hoeft niet voor elkaar te zorgen: dat is niet jullie taak in een volwassen relatie. Jullie zijn geen kinderen meer. Zorg voor jezelf en nodig de ander uit dat ook te doen. Verander je vraag ‘wat kan ik voor je doen’ in ‘wat heb je nu nodig?’. Bekijk dan pas of jij het bent die de ander het best van dienst kan zijn.
  8. Je partner heeft autisme, maar is het niet. Je mag verwachten dat je partner zich op de hoogte stelt van de werking van zijn brein en hoe het verschilt met jouw brein. Net zoals jij dat waarschijnlijk van jezelf verwacht of denkt dat de ander dat van jou verwacht. Met een autistisch of a typisch brein is niets mis. Het is de botsing tussen de uitingen van de verschillende breinen die problemen kunnen veroorzaken. Het achterliggende oordeel over een autistisch brein maakt het lastig en ongemakkelijk dat daar gewoon over gepraat kan worden. Dit kan je alleen rigoureus van tafel vegen als je zelf klaar bent met dat oordeel. Ben je dat? Lees en informeer. Een helder op wetenschap gebaseerd, makkelijk geschreven boek is bijvoorbeeld van Annelies Spek ‘Autismespectrumstoornissen bij volwassenen’.

 

Op 24 november geef ik wederom een workshop ‘Een partner met ass’. In deze workshop zoomen we in op waar jij in jouw relatie tegen aanloopt en hoe je hier een andere wending aan kunt geven. Geen quick fix, maar een start naar een duurzame helderheid in jou zelf. Klik hier voor meer informatie.

3 reacties

  1. Dank je wel voor deze informatie. Hier heb ik wat aan.

    1. Fijn!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.